6 qershor 2007

De god onder de goden


Jou schoot is niet mijn toevlucht meer
waar jij altijd wist hoe moe, zielig of lief ik was
Onlangs vond ik nog onze foto in mama haar leren tas
Je was mijn eigen grote troetelbeer

Nu ben ik te groot om op je schoot te zitten
te zwaar ook evengoed
Toch wil ik sorry zeggen voor al mijn vitten
‘k vind toch dat dat een keertje moet

Zittend op die rode stoel
Je rug heel krom gebogen’
Zou ik god willen meppen op zijn smoel
Ik vind: Hij heeft jou zo bedrogen

Dit lijden heb je niet verdiend
Je leven afgewogen
Zo goed gelovig als je bent heeft god je niet bedrogen
Je bent van mening, nog zo trouw, misschien heb ik toch niet goed gediend

Hoe kon het ook
Geloof is rook
Een sprookje voor de groten
Als god er was dan had hij jou van ander materiaal gegoten

Vrolijk lachend op je stoel zie ik je blauwe ogen
Zie dan toch, het is echt waar
Door jullie heb ik het minder zwaar
Ik kreeg zijn mooiste geschenk
god heeft me niet bedrogen

Ik zeg het niet
Maar denk het wel
God bestaat niet
Maar mijn vader wel

Nuk ka komente: